23.9.05

Katrina vraagt geen sterke staat

Deze tekst verscheen eerder als vrije tribune in De Tijd (23 sept. 2005) en op de webstek van Nova Civitas.

Het blijft verbazing wekken hoe het overheidsfalen bij de aanpak van de gevolgen van de orkaan Katrina voor velen een argument vormt om nog meer geld en macht voor de overheid te eisen. Alcoholverslaving geneest men niet door de verslaafde nog meer en nog sterkere alcohol te geven. Dat is nochtans wat de aanhangers van de 'sterke staat' zowel hier als in de VS prediken, stelt BOUDEWIJN BOUCKAERT.

Katrina vraagt een sterke samenleving en een beperkte staat.

Het was te verwachten. Naar aanleiding van de verschrikkelijke wervelwind Katrina, die in het zuiden van de VS een gebied zo groot als Duitsland trof, werden de registers van Amerikahaat wijd opengetrokken in het 'oude' Europa. De meesten gingen wel niet zover als massamoordenaar Al-Zarqawi van Al Qaeda, die Katrina meteen inschatte als een rechtvaardige straf van God. Sommigen kwamen er wel dichtbij. De columnist Maushardt van het links-liberale Tageszeitung zong zijn blijdschap uit over deze daad van herstellend evenwicht en verklaarde nog blijer te zijn geweest mochten alle slachtoffers Bush-kiezers geweest zijn. Voor Piet Piryns van Knack was het bewijs geleverd: racist Bush liet de New-Orleansinwoners verrekken omdat het toch maar zwarten waren. Voor Dirk Verhofstadt van het linkse 'Liberales' bewees de falende hulpverlening het failliet van het 'neoliberale', kapitalistische Amerika. Een stelling die door De Morgen enthousiast met een 'welkom in de club' werd beantwoord.

Amerikahaat
De Amerikahaat ligt diep geworteld in onze Europese cultuur. In de negentiende eeuw werd zij gedragen door de aristocratie die niets dan minachting had voor deze vulgaire boerenrepubliekjes. In de twintigste eeuw was het 'plutocratische', filosemitische en op rassenvermenging gebaseerde Amerika het object van afschuw voor de nationaal-socialisten. Na de Tweede Wereldoorlog namen de linkse intellectuelen de fakkel van Amerikahaat over in hun minachting voor de markteconomie en de 'consumptiemaatschappij'. De latente en permanente Amerikahaat steunt op een mengeling van diepe frustratie over het blijvende dynamisme van de Amerikaanse samenleving, een gebrek aan kennis ervan en een aantal (soms terechte) bezwaren over de eigengereide buitenlandse politiek. Een ernstige analyse van de Europese Amerikahaat zou ons te ver leiden.

We beperken ons hier tot de vraag of de falende respons van de Amerikaanse overheidsinstanties op de Katrina-ramp zijn oorzaak vindt in een gemis aan 'big government' en een te groot vertrouwen in de vrije markt en de zelfredzaamheid van de burger. Hebben we hier te maken met een overheidsfalen of een marktfalen?

In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat een orkaan van dergelijke kracht en omvang, neertuimelend in een sterk bevolkt en bijzonder kwetsbaar gebied, steeds een enorme ravage zou aanrichten, wat ook de politieke structuur (markt, vrijwilligheid of staat) van de preventie en de hulpverlening zou zijn. Het is intellectueel oneerlijk de president, de gouverneur of de burgemeester op te zadelen met de schuld van de gevolgen van de ramp. Die zijn voor het grootste gedeelte het gevolg van de natuurlijke elementen. De inwoners van de Missisippidelta hebben hier gewoon pech. De binnenpretjes van de Amerikahaters zijn dan ook wansmakelijk.

Ook de kritiek op de evacuatie is grotendeels overtrokken. In drie dagen tijd werden 800.000 inwoners geëvacueerd en in de buurt opgevangen. Vele inwoners van New Orleans sloegen het evacuatie-advies van de autoriteiten in de wind en verkozen bij hun bezittingen te blijven. Dat is begrijpelijk aangezien in de maanden voordien evacuatiebevelen werden gegeven voor orkaan Ivan en orkaan Dennis, terwijl achteraf bleek dat die orkanen weinig of geen schade hadden aangericht. Wellicht waren de autoriteiten, geleid door het beruchte 'precaution principle', te lichtvaardig omgegaan met het evacuatiebevel, met als gevolg dat vele inwoners niet meer reageerden op een ernstige noodsituatie.

De meest terechte kritiek kan worden geleverd op de verwaarlozing van de dijken die de stad, deels gelegen onder de zeespiegel, tegen een overstroming vanuit het meer Pontchartrain moesten beschermen. Mochten deze dijken stand hebben gehouden en New Orleans droog gebleven zijn, dan was Katrina wellicht de geschiedenis ingegaan als een erge natuurramp, maar niet als een politieke ramp. De vraag is of de verwaarlozing van de dijken zijn oorzaak vindt in een tekort aan middelen vanwege de overheid. Een tekort aan middelen, veroorzaakt door de invloed van de neoliberale vijandigheid tegenover de staat.

Drie grote rampscenario's
Al voor 11 september was er in de pers en in talrijke studies sprake van drie grote rampscenario's die de VS konden treffen: een terroristische aanslag op New York, een aardbeving in San Francisco en een orkaan in de Missisippidelta. Het laatste rampscenario werd als het meest dodelijke ingeschat. Na 11 september werd het Department Homeland Security uitgebouwd met daarin het beruchte FEMA, gespecialiseerd in de levering van noodhulp. Het DHS beschikte over een budget van maar eventjes 50 miljard dollar per jaar en een leger ambtenaren van 190.000 eenheden.

Een tekort aan middelen? Voor de staat Louisiana werd onevenredig veel geld voor projecten uitgetrokken, maar het geld ging niet naar de versterking van het dijkensysteem maar wel naar allerlei projecten gericht op de lievelingsprioriteiten van de parlementsleden uit Louisiana. Gelet op die inzet aan middelen is het overduidelijk dat we hier te maken hebben met een overheidsfalen en niet met een teveel aan markt of tekort aan staat. Integendeel, de enorme middelen die officieel voor rampenbestrijding werden gereserveerd, gaven waarschijnlijk bij vele inwoners de illusie dat al hun risico's gedekt waren door de overheid wat de zorgeloosheid in de keuze van hun woonlocatie en een gebrek aan private verzekering in de hand werkten.

Bleef de overheid, niettegenstaande zijn gigantische mogelijkheden aan middelen in gebreke, dan kan de snelle en effectieve reactie van de private sector en de vrijwillige solidariteit niets anders dan bewondering wekken. Vrij snel na de ramp speelde de winkelketen Walmart het klaar 160.000 liter drinkbaar water en 1.500 vrachtwagens met voedsel aan de getroffenen ter beschikking te stellen. Via vrijwillige solidariteit werd al meer dan 1 miljard dollar hulp gemobiliseerd. De honderdduizenden families die het rampgebied moesten verlaten, vonden een veilig onderkomen bij familie, vrienden en sociale organisaties. In 1992, naar aanleiding van een andere orkaan, had de overheid grote tentenkampen opgezet voor geëvacueerde families. Die bleven grotendeels leeg omdat de meesten via de private solidariteit een toevlucht hadden gevonden.

Vertekend
Beweren dat de falende hulpverlening bij Katrina zijn oorzaak vindt in een gebrek aan 'big government' is ronduit belachelijk. De overheid had wel degelijk de middelen, maar heeft die, dikwijls geleid door groepsbelangen en vriendjespolitiek, verkeerd ingezet. Door het gebrek aan kennis over de VS, koestert men het beeld van een maatschappij waarin slechts een zeer minimale staat bestaat en bijna alles aan de vrije markt wordt overgelaten.

Als er dan zaken misgaan, wordt dat gemakshalve geweten aan de vrije markt. Dat is een vertekend beeld. Ook de Verenigde Staten kennen, net zoals 'oud' Europa, een 'big government' met gigantische verspillingen en verkeerde allocaties. Dat 'big government' is er onder het presidentschap van Bush niet op verbeterd. Het federaal overheidsbeslag, dat onder Clinton nog op 18,5 procent van het bruto binnenlands product (BBP) stond, steeg gedurende de eerste ambtstermijn van Bush naar 20,3 procent en zal in deze termijn nog stijgen. Dat is niet alleen te wijten aan de waanzinnig dure interventie in Irak, maar ook aan talloze overheidsprogramma's, opgezet onder het motto van 'compassionate conservatism'. De hamvraag in de Amerikaanse politiek is of de president Katrina zal betalen door te snoeien in die programma's of daarentegen het programma van belastingverlagingen zal terugschroeven.

BOUDEWIJN BOUCKAERT
De auteur is voorzitter Nova Civitas Gent

20.9.05

De Kiwi’s hebben gekozen


In ons landje was er vorige weken bijster weinig interesse in de parlementsverkiezingen van Nieuw-Zeeland. Aotearoa - het land van de lange witte wolk - ligt dan ook - letterlijk - aan de andere kant van de wereld. Tijdens onze winter, scheelt het 12 uur. Veel verder kun je niet. Allicht heeft dat veel te maken met de desinteresse voor het land in onze pers. Het feit dat in hetzelfde weekend ook de Duitse Bundestagwahl plaats vond, zal er ook wel mee te maken hebben. 80 miljoen buren tegenover 4 miljoen verre vrienden... de keuze is snel gemaakt!

Toch wil ik eens stilstaan bij deze verkiezingen. Nadat ik vorig jaar bijna vijf weken in dit prachtigste land ooit bezocht, heb doorgebracht, ben ik het trouwens aan mezelf verplicht. Ik had toen (oktober-november 2004) immers al wat in de plaatselijke politiek gegrasduind. Er ook met wat Nieuw-Zeelanders over gepraat. En dus meen ik me te mogen rekenen tot het handvol Vlamingen dat toch een beetje weet van het politieke reilen en zeilen in het land.

Eerst dit: Nieuw-Zeeland kent een soort dubbele-stemsysteem zoals Duitsland. Het uninominale stelsel, weegt zwaarst door. Het is zoals in het Verenigd Koninkrijk: een districtenstelsel volgens het first-past-the-post-systeem. Iets waarvoor Guy Verhofstadt ooit ook nog warm voor liep (De Belgische ziekte). Zo’n stelsel werkt politieke stabiliteit in de hand. En wonderwel ook een soort tweepartijensysteem. Links versus rechts dus. Hoewel, wat in Nieuw-Zeeland ‘links’ is (Labour), is in de ogen van ons, noordwesteuropeanen, verwend (in slaap gewiegd?) door het Rijnlandmodel, al eerder ‘rechts’ te noemen. Ach, de verschillen tussen NZ Labour en Tony Blairs New Labour zijn niet zo verschillend. Die laatste partij is immers ook ‘hardly’ links te noemen...

Ook in de verkiezingen van vandaag stonden ‘links’ en ‘rechts’ met getrokken messen tegenover elkaar: Labour versus National (Party). Met een New Zealand First Party als lachende derde. Alvorens dieper in te gaan op de partijen, ze eerst even opsommen. Naast Lab, NP en NZ First Party zijn ook van enig belang: ACT, Greens, United Future en Alliance (hoewel die is teruggevallen op nul zetels), in die volgorde. Nieuw deze keer, was de Maori Party. En een niet onbelangrijke factor - en stoorzender, zo bleek - was oud-minister Jim Anderton, die met een eigen Progressive Party opkwam.

Wat was de situatie voorheen? Labour was de grootste partij in 2002, met 52 zetels (op 120) en leverde - voor de tweede maal - de premier met de lesbische Helen Clark. Zij moet nu 2 zetels inleveren en 0,56% van de stemmen.
De conservatieve Nats - National (Party) - kwamen op onder leiding van voormalig Nationale-Bankvoorzitter Don Brash. De partij steeg van 20,9% naar 39,63% van de stemmen.
De in 1993 opgerichte ‘eeuwige’ derde, is de sociaal-economisch protectionistische en sterk ‘unionistische’ NZ First Party. Die verloor maar eventjes de helft van haar kiezers: van 10,3% naar 5,84% en van 13 naar 7 zetels.
De Greens vallen terug van 7% (9 zetels) op 5,67 % (7 zetels). De nieuw ingetreden Maori Party haalt meteen 4 zetels met 1,98% van de stemmen (in absolute cijfers: 40 488 stemmen). United Future haalt 2,72 % (3 zetels), maar kwam van 6,7% (8 zetels). De klassiek-liberale ACT Party scoort nog drie zetels, daar waar ze al decennia gemiddeld 8 à 9 zetels groot was; een terugval van 7,1% naar 1,5%. Stoorzender en oud-Labour-minister Jim Anderton behaalde met zijn nieuw opgerichte Progressive Party een eigen zetel (en nekte zodus Alliance).

Tot zover de situatie. Maar hoe zijn die verschuivingen nu te verklaren? Labour vormde samen met het christendemocratische United Future een coalitie, die ook gesteund werd door een Maori Party-lid (die tevoren voor Labour was verkozen) en door de Progressive Coalition (nu Progressive Party) van oud-Labour-man Jim Anderton. Die eerste was eerder al overgelopen naar Alliance, een radicale linkse koepelpartij, maar daar hield ie het ook voor bekeken, om zijn eigen weg te gaan. De coalitie bleef blijkbaar populair bij Labour-kiezers, hoewel enkele Groenen toch zijn overgelopen. Ondanks de Groene kritiek op de ‘New Right’-policy van Labour, deed zich hier hetzelfde voor als in Vlaanderen in 2004: groene kiezers stemmen rood, om rood te kunnen redden, en een ‘progressieve’ coalitie in leven te houden. Te veel Labour-kiezers waren immers ontgoocheld, en aan de rechterzijde van het spectrum, was de kritiek zo groot, dat een forse ruk naar rechts werd verwacht...

Ter rechterzijde gebeurde iets gelijkaardigs: de radicale-liberale ACT Party ziet haar kiezers overlopen naar de Nats, allicht in de hoop op een sterke National Party, die dan opnieuw de leidende rol zou krijgen.
ACT is een heel interessant fenomeen: begonnen als de buitenparlementaire Association of Consumers and Taxpayers, is het allicht de grootste naar libertarisme neigende partij van de wereld (ook al bestaat er nog een 'echte' LibertariaNZ). Een partij die – zoals ik eerder al schreef – steevast voor acht of negen zetels tekende.
Ook NZ First Party ziet kiezers overlopen. NZFP is ‘rechts’ in die zin dat ze de immigratiethema’s introduceerde in de politiek, daarin overigens trouw gevolgd door zowel de Nats als Labour – probeer maar eens als buitenlander in Nieuw-Zeeland binnen te geraken. ‘Links’ is de partij eerder op sociaal-economisch vlak: een sterke sociale zekerheid, erg protectionistisch, niet de meest liberale partij, en overigens (voor wie zou denken: ’t zijn racisten zoals ‘ons’ Blok/Belang) met een Maori aan het hoofd! Inderdaad: de NZFP heeft altijd veel stemmen gehaald aan Maori-kant. Omdat die zichzelf tot ‘native New Zealanders’ (lees: in de elfde eeuw aangespoelde Polynesiërs) uitgeroepen andersgekleurden eerste slachtoffers waren van de grote Aziatische immigratie eind jaren 1980-eind 1990 (niet het minst uit Hong Kong en China).

Overigens: als je alle christelijke partijen samentelt, kom je op 3,45% van de stemmen. De gematigde, in Europese termen christendemocratisch te noemen NZ United Future, de christelijk-rechtse NZ Destiny en de erg bijbeltrouwe NZ Christian Heritage samen, zouden nog een factor van betekenis kunnen vormen. Het feit dat NZUF de vorige linkse coalitie steunde, is alvast niet in dank afgenomen door de overtuigde christelijke kiezer. De drie partijen samen haalden in 2002 overigens nog 9,4% van de stemmen. De persoonlijke populariteit van Peter Dunne was daar niet vreemd aan. Hij zorgt op zijn eentje trouwens ook voor één van de drie overgebleven zetels.

Rest de Maori Party. Als er één racistische partij is in NZ, dan wel die. Met onredelijke eisen - o.m. de herziening van de uit 1840 Waitangi-Treaty; het opeisen van mineralen en andere grondstoffen voor de ‘natives’ en eisen voor een (nog) sterkere positieve discriminatie van de Maori’s - vraagt de partij wel héél veel voor een volk dat constant geschiedenis herschrijft en de meest onredelijke eisen stelt vanuit een 'counterfactual' benadering van de geschiedenis. (Zij hebben de natives uitgemoord, en de moa erbovenop.)

Enfin, veel heeft de Vlaamse lezer niet aan al die informatie uit Nieuw-Zeeland. Wie ligt er in godsnaam wakker van. Gun me gewoon het gevoel er iets van te kennen. Hoewel... ik kijk er toch erg naar uit welke coalitie er uit de bus zal komen. De Greens en Labour zijn geen dikke vrienden, en vormen samen geen meerderheid in het parlement. United Future zegt nu al niet met de Greens rond de tafel te willen zitten. En de Maori’s nu al mee in het bed nemen, is nogal vroeg. De partij is politiek nog erg onvolwassen, hoewel dat voor het grotere Labour natuurlijk mooi meegenomen is. En aan de andere kant van het spectrum zorgt een optelsom van Nats + NZ First + ACT ook niet voor een meerderheid in het parlement; en met de UF erbij hebben ze nét voldoende. Blijft als enige mogelijk: een grote coalitie - allicht over het lijk van Clark en Brash.

A propos: voor wie de moeite heeft gedaan, dit lange stuk te lezen. Valt u niet enige gelijkenis op met de verkiezingsresultaten in Duitsland? Toeval?!

16.9.05

Freedom Flash


Deze week door een aantal mensen aangesproken over 'libertarisme'. Wie De Morgen niét leest - en dat zijn toch nog steeds meer dan 5 750 000 Vlamingen, volgens de meest recente CIM-cijfers - zal zijn (m/v) wenkbrauwen fronsen. Libertarisme? Nu? Waarom?

Wel, Dirk Verhofstadt - broer van - vond het afgelopen week nodig om in een vrije tribune in De Morgen even zijn filosofische vaders met één beweging van tafel te vegen. Waar hij en zijn broer - onder inspiratie van onder meer wijlen Frans Verleyen (lees er De Faktor Verhofstadt, Standaard Uitgeverij, 1987 maar eens op na!) - eind jaren 1970 en meer nog begin jaren 1990 de objectivistische of minaristische toer opgingen, en menig libertariër en klassiek-liberaal citeerden, zijn het nu allemaal marktfundamentalisten die niet hoog oplopen met hun vrienden mensen (m/v, uiteraard). Wie hier meer over wil lezen, vind een boeiende opiniebijdrage met de nodige achtergrondinformatie in een gesmaakte internetbijdrage van Paul Belien.

Soit, terug naar dat libertarisme. Wie meer wil weten en geen zin heeft een lange of diepergravende filosofische tekst te lezen, kan zich nu tegoed doen aan een flash-animatie. De Nederlandse vrienden van Libertarian.nl hebben immers een leuk - maar simpel - filmpje gemaakt... Zeker eens bekijken, ook al kan er aan het gebruikte taaltje nog wel wat geschaafd worden.

A propos: u wil weten wat u eigen libertarische gehalte is, of gewoon weten waar u politiek staat? Probeer dan zeker eens 's werelds kleinste politieke quiz, en doe nadien de egoïsme-toets. Veel plezier!

Hardleers ...

Een stuk van m'n Nova Civitas-collega bestuurslid Martin Devlieghere, eerder gepubliceerd als vrije tribune in De Tijd (2 sept.)

Vlaanderen heeft groot belang bij een economische heropleving van Wallonië. De Vlaamse belasting- en bijdragebetaler zou graag een sterker Wallonië zien dat proportioneel meer deelt in de kosten van de verzorgingsstaat. Sommige Vlamingen investeren ook rechtstreeks in Wallonië door hun bedrijfsvestiging te delocaliseren naar de ruimere Waalse industrieterreinen. Zij ondervinden aan den lijve de problemen in Wallonië: een nog groter gebrek aan technisch personeel en nog hogere belastingen dan in Vlaanderen. Als er dan sprake is van een bundeling der Waalse politieke krachten om ondernemen en werken terug aantrekkelijk te maken, dan kijkt Vlaanderen halsreikend mee. Helaas stelde het ‘Toekomstcontract’ uit 2000 niet veel voor. Terwijl Vlaanderen stagneert, slaagt het andere landsdeel er niet in om een inhaalbeweging te maken. Hoewel eerst verguisd, heeft het rapport van MR senator Alain Destexhe over de illusie van ‘le rebond Wallon’ de regerende politici gedwongen om toe te geven dat zij hun huiswerk moesten overdoen. Het nieuwe ‘Marshallplan’, een politiek akkoord tussen de Waalse regeringspartijen voor de toekomst van de regio ligt nu voor. Dit plan zal Wallonië helaas niet vooruit helpen.
Van de 1054 miljoen euro die de Waalse regering meent over te hebben voor het herstelplan, wordt zo maar liefst 91,2% voorzien voor subsidies en overheidsparticipaties. Slechts 8,8% dient ter dekking van de minderinkomsten ten gevolge van af te schaffen taksen en heffingen. De subsidies gaan naar zogenaamde ‘concurrentiële sectoren’, naar onderzoek en ontwikkeling en naar onderwijs.
Wie hierin hoop voor de toekomst ziet, staat intellectueel in de vorige eeuw. Deze generatie zou moeten geleerd hebben dat beloftevolle sectoren alleen door de markt worden bepaald en niet door politici, noch door hun adviseurs. Volgens de Waalse regering zijn de sectoren van de toekomst de farmaceutische industrie, de voedingsmiddelenindustrie, engineering en de transport- en de luchtvaartsector. Hoewel er in de toekomst waarschijnlijk steeds meer geneesmiddelen nodig zullen zijn, zowel door de veroudering van de bevolking als door medische vooruitgang, is niemand in staat om op redelijke gronden te investeren in de gehele farmaceutische sector van een bepaald land. De vraag naar staalproducten is sinds de Grote Depressie bijna ononderbroken toegenomen, toch zijn de Belgische overheidsparticipaties in de staalsector rampzalig gebleken. Indien de regering opnieuw denkt de markt te slim af te moeten zijn in functie van de werkgelegenheid, dan zit men voor men het weet opnieuw met ‘nationale sectoren’ opgescheept die in hun doodstrijd eerst volledig worden overgenomen door de belastingbetaler om daarna toch ten grave te worden gedragen.
Het wordt onder meer door het VBO positief onthaald dat de Waalse regering haar resterende participatie in het staal te gelde maakt, maar in feite heeft blijkbaar niemand iets geleerd want dit geld wordt gebruikt om te investeren in de ‘belangrijke’ sectoren van dit ogenblik. De Waalse regering herhaalt daarmee de fouten van de Belgische regering van de vorige eeuw. Overigens moet gevreesd worden dat bepaalde elementen in de Waalse regering bewust kiezen voor een toenemende verstrengeling van de ‘concurrentiële sectoren’ en de overheid. De luchtvaartsector bijvoorbeeld zou inderdaad moeten competitief zijn, maar juist wanneer de overheid participeert in het kapitaal is dat een signaal dat de betrokken ondernemingen zwak staan, reeds sterk afhankelijk zijn van politieke beslissingen (overheidsbestellingen) en dat dit proces van toenemende politieke afhankelijkheid zichzelf zal versterken. Bovendien zijn de gebruikte formules ‘ondersteuning van investeringen’ en ‘steun aan de export en aan buitenlandse investeerders’ in het dinsdag 30 augustus aan de pers gepresenteerde akkoord over de ‘versterking van de concurrentiële sectoren’ een vrijgeleide voor subsidies. Subsidies zijn de ziekte van de Waalse economie.
Het luik ‘Ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling’ blijkt bij nader toezien uitsluitend aan de universiteiten ten goede te komen. De financiering van 120 bijkomende doctoraatsbeurzen getuigt van een uitzonderlijk groot vertrouwen in de academische wereld, maar zelfs indien dit vele toponderzoekers zou opleveren, dan nog kan men niet verwachten dat fundamenteel wetenschappelijk onderzoek snel commercieel waardevolle vernieuwing zal opleveren.
Gelukkig gaat het niet allemaal de verkeerde kant uit. Voor het verlichten van de fiscale druk wordt helaas slechts 92,5 miljoen vrijgemaakt. De kostprijs voor de overheid is dus minimaal. Toch worden daarmee een verrassend en hoopgevend groot aantal zeer tergende taksen en heffingen afgeschaft. De meerwaarde voor de samenleving zal groot zijn. Het openbaar ambt hoeft niet meer zo snel verjongd te worden aangezien een aantal jobs voor belastingambtenaren zullen verdwijnen waardoor minder op rust gaande ambtenaren nog moeten vervangen worden. De ondernemingen zelf zullen ook minder administratief werk hebben en samen met de verlaging van de fiscale last brengt dit veel meer op dan die 92,5 miljoen inkomsten die de overheid misloopt. Deze opbrengst kunnen de ondernemingen integraal gebruiken voor reële loonsverhogingen die nodig zijn om de jongeren terug te motiveren voor de knelpuntberoepen. Natuurlijk zullen de nu voorgestelde maatregelen niet volstaan om de arbeidsmarkt terug te doen functioneren. Daarvoor zijn tevens belangrijke verlagingen van de lasten op de arbeid zelf nodig. Vreemd genoeg wordt daar in het nieuwe Waalse herstelplan met geen woord over gerept. Hoe hoger de lasten op werken en ondernemen, hoe meer herverdeling van de knelpuntberoepen die per definitie de meeste reële waarde toevoegen (toegevoegde waarde wordt immers bepaald door vraag en aanbod) naar de beroepen waar geen gebrek aan kandidaten voor is. Hoe meer de overheid zelf jobs creëert - in haar eigen administratie of , onrechtstreeks, in de bedrijven die bedolven worden onder de administratieve verplichtingen - hoe meer de productieve werknemers van hun toegevoegde waarde worden beroofd en gedemotiveerd raken.
Het afschaffen van taksen en heffingen is een structurele besparing en financiert zichzelf. Zelfs gewone lastenverlagingen hebben vaak het effect dat de overheid helemaal geen inkomsten misloopt. Door de verlichting van de belastingdruk neemt de economische groei toe en stijgt de belastbare basis. Aangezien in België het overheidsbeslag nu reeds veel hoger is dan wat optimaal is voor de inkomsten van de staat, laat staan voor de welvaart van het land, moet Wallonië het overheidsbeslag tot publieke vijand nummer 1 verklaren. Onder overheidsbeslag moet ook het surplus aan regelgeving worden verstaan die weinig doeltreffend is, maar wel zwaar weegt op de bewegingsruimte van de ondernemers en op de zelfredzaamheid van het gezin. Natuurlijk moet ook de federale regering meewerken want het overheidsbeslag is in heel het land levensgevaarlijk groot. Niet alleen de Waalse politici moeten leren minder bang te zijn voor de gevaren van het privé-initiatief en meer bang te zijn voor het gevaar dat het overheidsbeslag te grote delen van de bevolking in de illegaliteit, of erger nog, in de lethargie drijft.
Hopelijk wordt het fiscale luik van het Waalse plan krachtdadig uitgevoerd en kwakkelt de uitvoering van de andere luiken. Dan wordt één stap vooruit gezet en blijft er nog wat geld over om terug te geven aan de ondernemende en werkende Waal. Dit kan al voldoende zijn voor een kleine inhaalbeweging die moed geeft om verder te gaan op het ingeslagen pad. Pas dan mogen we spreken over een ‘rebond Wallon’.

Dr. Martin De Vlieghere

14.9.05

Hoezo, geen vignet op Waalse wegen?


Een korte, maar sterke tekst van m'n goeie vriend Dirk Laeremans, eerder verschenen op de weblog van de Vlaamse Volksbeweging.

We hebben alweer een communautaire storm in een glas water beleefd. De idee van Waals minister Daerden om een Waals autowegenvignet in te voeren werd door zowat iedereen afgeschoten als 'bekrompen', 'eenzijdig', 'cavalier seul', 'belachelijk' enzomeer.
En dat vinden we dus jammer. Heel jammer. Want voor ons zaten er niks dan goede kanten aan het voorstel.
Vooreerst vinden we het heel goed dat er belast wordt op autowegen. Hoe meer je de automobilist belast voor het gebruik van de wegen, hoe minder belastingen je moet heffen op wie nog wil werken in dit landje. En hoe meer geld Wallonië uit de automobilisten pompt, hoe minder transfers er nodig zijn.
En als Wallonië bevoegd is voor snelwegen, is het verdorie ook maar logisch dat zij zelf beslissen over hoe, wanneer, waarom en hoeveel taks daarop betaald moet worden. Baas op eigen straat, zouden we zeggen. We hebben het jarenlang gevraagd voor Vlaanderen, waarom zouden we het voor Wallonië niet willen?
Dus, wat ons betreft: doen, maar. Bijkomend voordeel is meteen dat het de Vlamingen ook duidelijk wordt dat Wallonië ook een stukje buitenland is.
We waren trouwens ook wel benieuwd naar wie dat allemaal ging controleren. Net zoals bij flitspalen, zou de opbrengst van verkeersovertreders uiteraard naar de federale kas vloeien en dus voor een groot stuk naar Vlaanderen. Eindelijk eens een omgekeerde transfer.
Ik durf er mijn wegenvignet op verwedden dat er niet teveel controles zullen zijn, daar in Wallonië.

13.9.05

Links rechts verkeerd, stampen we alles in mekaar...



Eerder (2004/08/02) bracht ik hier al eens een stukje over ‘links’ en ‘rechts’. En hoe het in whomever’s naam ook mogelijk is dat ‘onze’ pers steevast positief bericht (nu ja...) over ‘links’ en zelden over ‘rechts’. Even samenvatten: de zelf uitgeroepen kwaliteitspers van De Morgen, De Standaard, VRT en zelfs De Tijd zijn per definitie voor de rode PSOE en tegen de blauwe PP (in Spanje), voor de blauwe Democraten en tegen de rode Republikeinen (in de VS), voor het rode Labour en tegen de blauwe Tories (in het VK), voor de rode SPD en tegen de zwartblauwe CDU/CSU (in Duitsland), voor het rode Olijfboomkartel en tegen de (azuur)blauwe Pool van de Vrijheden (in Italië), voor de rode PS en trotskistische sattelieten en tegen de blauwe UMP. En zo kan ik nog een hele tijd doorgaan...

En nu in Noorwegen een ‘roodgroen’ kabinet een ‘blauw’ zal vervangen is het weer zover.

En toch ... diezelfde pers heeft niet door dat de Centrumpartij (SP; ooit gestart als Boerenpartij) een duidelijk centrumrechts karakter heeft, maar in een soort lijstverbinding trad met de sociaaldemocratische Arbeiderspartij en een postcommunistische SV (Noords-Links, wordt dat genoemd in Europees verband). Diezelfde pers weet ook niet dat de partijen ‘Rechts’ (Hoyre; conservatief) en ‘Links’ (Venstre; liberaal) - jawel zo heten ze! - samen met twee andere centrumrechtse partijen tot gisteren een ‘blauw’ kabinet vormden.

‘Rechts’ en ‘links’. Sommigen beweren dat beide termen absoluut voltooid verleden tijd zijn. Ik vind het nog steeds bruikbare termen. Het is de boodschapper die je in de gaten moet houden (erop schieten doe je best verbaal), niet het politieke vocabularium!

Overigens: wie iets meer wil te weten komen over de Noorse verkiezingen, kan best terecht bij de Vlaamse blogger uit Noorwegen Hoegin. Hij leerde me o.a. dat in het nieuwe roodgroene kabinet geen echte groene partij zit, maar dat zowel het extreemlinkse SV als de christendemocratische (net gewipte) KRF rood en groen in hun vlag dragen.

En voor de leergierigaards: enig idee waarom de liberalen - althans in België - 'blauwen' worden genoemd? Omdat in de negentiende eeuw (ik zou eens moeten uitzoeken wanneer juist) terwille van de kiezer twee kleuren op de stembrieven werden gebruikt: zwart (voor het Katholieke Blok) en blauw (voor de liberalen).

Burke slankt af


In een interview in het jongste nummer van het Nederlandse weekblad HP/De Tijd, kondigt directeur Bart Jan Spruyt te stoppen met de Burke Stichting. De Stichting zelf, zal blijven bestaan - maar in afgeslankte versie. Maar hijzelf zet een stap terug als directeur, verlaat de Stichting, en wil voortaan ‘schrijven’.

Op de paar jaar dat de Burke Stichting heeft bestaan, heeft ze enorm veel werk verzet én heel wat invloed gehad op de publieke opinie. Nederland beschikt sowieso al over een rijke opiniepers - zeker in vergelijking met Vlaanderen - en die pers schreef graag over de Stichting en over de standpunten, debatten en publiaties van de Burke Stichting. Dat zal allicht in de nabije toekomst heel wat minder gebeuren. Ook politici en politieke partijen rechts van het grijze centrum (CDA, SGP, ChristenUnie, LPF, VVD en Groep-Wilders) lieten zich graag inspireren, en onderhielden nauwe contacten. Of tenminste toch tal van hun politici. Allicht zal ook daar minder energie in kruipen.

Eén van de redenen waarom de Stichting moet inkrimpen, is een gebrek aan centen. Totnogtoe kon de conservatieve denktank rekenen op sponsoring van vooral Amerikaanse ondernemingen. De Stichting onderhoudt immers goede contacten met neoconservatieve, paleoconservatieve en libertarische denktanks uit de Angelsaksische wereld (overigens: daar is het heel normaal dat ondernemingen zulke denktanks sponsoren, niet weinig ook om standpunten te onderbouwen die vriendelijk zijn voor dat bedrijf of zijn sector).

Ook in Vlaanderen is een aantal eertijds belangrijke organisaties en denktanks actief. Laat ik er twee nemen, waar ik zelf bij betrokken ben: de klassiek-liberale denktank Nova Civitas en de bredere ledenvereniging Vlaamse Volksbeweging.

Die eerste was tot voor een paar jaar een Gents groepje rond stichter-voorzitter prof. Boudewijn Bouckaert. Maar groeide ondertussen uit tot een iets groter fenomeen, met afdelingen in Gent en Antwerpen, en afdelingen in oprichting in Brugge-Oostende en Brussel. Hoewel Nova Civitas met weinig concrete (laat staan wervende) standpunten naar buiten komt, heeft de vereniging toch wel wat weerklank in pers en publieke opinie. Bovendien publiceert een aantal bestuursleden vrije tribunes in kranten en tijdschriften, op weblogs e.d. Via de organisatie van debatten, de aanwezigheid op partijpolitieke congressen en de uitreiking van de jaarlijkse Prijs voor de Vrijheid, wordt nog aan beïnvloeding gedaan. Vaak met succes. Dat alles gebeurt zonder structurele sponsoring. En subsidies van een overheid, daar is Nova Civitas principieel niet in geïnteresseerd.

Een ander verhaal is de Vlaamse Volksbeweging. Begin jaren 1990, kort nadat Peter De Roover en Jan Jambon de overtocht hadden gemaakt van de Volksunie(jongeren) naar de VVB, was die laatste organisatie de speerpunt van de Vlaamse Beweging. Met regelmatige moties, acties en congressen, slaagde de VVB erin zowat de hele Beweging op één lijn te krijgen. Voortaan was het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen geen taboe meer. Pers en publieke opinie stonden ervoor open. Dat alles gebeurde wel met subsidiëring, maar die was relatief klein, en onderhield een half personeelslid.
Vandaag zou je de VVB een rijke vereniging kunnen noemen. Met een eigen secretariaat, met een zestal betaalde krachten, en heel wat constructies om uit de staatsruif te eten. Bedoeling was de VVB zo verder te laten groeien tot een invloedrijk orgaan.
Helaas, de dag van vandaag merk je dat die subsidies weinig zoden aan de publieke dijk zetten. De VVB - zo lijkt het te vaak - woog meer als arme vereniging dan als rijke organisatie. Een ziekte waar het Davidsfonds al decennia onder lijdt... Niet dat dit de fout is van het secretariaat of zijn medewerkers, neen: te veel mensen gaan ervan uit dat net dat secretariaat en zijn medewerkers alles wel zullen 'regelen'...

Moraal van het verhaal: misschien zijn al die centen niet nodig? Misschien maken al die centen te vadsig? Militanten zijn minder geneigd de handen uit de mouwen te steken. ‘Het secretariaat zal het wel doen.’ Iets gelijkaardigs geldt misschien ook voor de Burke Stichting. Minder centen, en vooral: geen gestructureerde sponsoring, hoeft helemaal niet te betekenen dat je aan slagkracht verliest. Integendeel. Een arme vereniging, met gemotiveerde mensen die de handen uit de mouwen willen steken en - meer nog - de nek willen uitsteken, kan veel makkelijker wegen dan een grote en gesubsidieerde (of gesponsorde) structuur, waarvan iedereen verwacht dat wie op de loonlijst maar moet reageren.

Cliëntelisme heet zoiets toch, niet? Zelfbediening? In Wallonië weten ze er alles van. Maar het getuigt alvast van één axioma: overheidsmanna maakt lui. Tijd dus om in de VVB de militanten terug op het voorplan te zetten, de vrijwilligers uit de kelder te halen en de speerpunt aan te slijpen. En het overheidsmanna zo te gebruiken dat een vrijwilliger misschien wat meer gemotiveerd raakt om buiten te komen...

4.9.05

PS loyaal aan Verhofstadt

Eerder gepubliceerd op de weblog van de Vlaamse Volksbeweging.

Wij zijn de trouwste en de enige steun van Verhofstadt. Zo klinkt uit de mond van PS-vertegenwoordigers dezer dagen. Niet dat ze het écht menen. Het is eerder ironisch bedoeld. Alhoewel.
Waar is de tijd dat Guy Verhofstadt een bezielend rechts-liberaal en Vlaams project op poten zette? Waar is de tijd dat figuren als Lode Claes of Paul Belien (ja, zelfs een Gerolf Annemans) samen met Verhofstadt en enkele VU-coryfeeën rond de tafel zaten om een Vlaamse meerderheidspartij te maken: conservatief, Vlaams, liberaal.
Voor Annemans, Belien en Claes was de in 1992 opgerichte VLD niet wat ze in gedachten hadden. Maar de Burgermanifesten en Verhofstadts latere boekje De Belgische ziekte logen er niet om. Met een nieuwe, grote Vlaamse liberale partij een tegenwicht vormen voor een collectivistisch en door de PS geleid Wallonië - en dus ook België.
De macht in handen nemen, daar ging het toen om. De PS van haar troon stoten, dat was de bedoeling. Eén grote Vlaamse meerderheidspartij, die Vlaams, rechts, liberaal zou zijn. Tegenover één grote Waalse - al bestaande - meerderheidspartij, die Waals, links, socialistisch was en is.
Sinds 1999 regeert Verhofstadt met de PS. Sinds 2003 doet hij dat bij gratie van die partij. Als vanuit de PS nu - al dan niet ironisch - klinkt dat zij de ‘trouwste en de enige steun van Verhofstadt’ is, dan weten we hoeveel Vlaanderen en de Vlamingen hiervoor alweer hebben betaald. En hoeveel langer België weer zal blijven duren ...

1.8.05

De koning verdient ze

(Ook gepubliceerd op de weblog van de Vlaamse Volksbeweging.)

Vooraleer de achteloze lezer zou denken dat achter bovenstaande titel een blijk van sympathie voor het Belgische vorstenhuis zou schuilen, willen we hem al waarschuwen. Enige vorm van cynisme of satire is de titel niet vreemd. Met een gerust hart, kunt u dus gerust verder lezen.

Jawel, de koning verdient ze. En hij verdient ze goed. In Trends (21 juli, voorwaar) lezen we wel dat de Belgische monarchie nu ook weer niet zo rijk is - althans officieel toch niet, redacteur Hans Brockmans geeft voldoende opties om het tegendeel te geloven. Alleen, veel lijkt nogal onder de mat geveegd en nogal duister - neen, niet verduisterd; alhoewel, je weet nooit ...

Los van het belegde dan wel geërfde fortuin, blijkt nog maar eens wat Albert verdient. Een ander Roularta-product, de webstek van Vacature, publiceerde het onlangs op de eigen website. Daaruit blijkt dat onze vorst jaarlijks een pree trekt van 6 048 602 euro. Niet slecht, om wat lintjes door te knippen, naar uit hun schoolbanken gerukte kinderen te wuiven en slaafs handtekeningen te plaatsen. Oké, tweederde ervan dient om zijn personeel te betalen. Maar ach, dan houdt ie nog een appeltje voor de dagelijkse dorst over, niet?

Ook de rest van de familie geniet van een mooie som. Fabiola krijgt € 1 115 521, Filip € 788 302, Astrid en Laurent elk € 272 583.

Daarnaast krijgen ze allen nog wat extralegale voordelen. Gratis woonst in Laken, gratis verwarming van de châteaux, geen BTW, postzegels hoeven de Coburgers ook al niet te plakken en Belgacom betaalt ’s monarchen telefoonrekeningen ... Informatica en beveiliging is een kostenpost van het ministerie van Defensie. Het eigen fortuin omvat o.m. de Koninklijke villa in Oostende, een villa in de Provence en het luxejacht Alpa III.

‘Laken is geen vetpot,’ schrijft Trends. Maar je zou voor minder zeggen: ‘Ik wil koning word’ ...

This page is powered by Blogger. Isn't yours?